Voor de ingreep
De ingreep
Na de ingreep
Breng uw chirurg op de hoogte van eventuele oogproblemen waarvoor u behandeld wordt, zoals glaucoom of droge ogen en van eventuele vroegere heelkundige ingrepen aan de ogen of oogleden. Ook schildklierproblemen, suikerziekte, hoge bloeddruk en problemen met de bloedstolling zijn medische factoren die steeds gemeld moeten worden.
Aan een ooglidcorrectie gaat soms een routinecontrole vooraf van een aantal oogfuncties, zoals de gezichtsscherpte, de traanproductie en de oogboldruk. Daarvoor gaat u naar een oogarts van uw keuze. Als u lenzen draagt, moet u voor een week een bril voorzien, zowel om hygiënische redenen als omdat het in- en uithalen van de lenzen na de ingreep moeilijk kan zijn. Lees ook Belangrijke tips vooraf.
Top
Nuchter blijven is niet nodig wanneer gewerkt zal worden onder plaatselijke verdoving. Een lichte maaltijd is zelfs eerder aan te raden. Kom zonder make-up naar de kliniek of breng het nodige mee om uw make-up ter plaatse te verwijderen. Ook vragen we u om die dag geen huidcrème te gebruiken: op een enigszins vettige huid is het moeilijk om de aantekeningen aan te brengen die noodzakelijk zijn voor de ingreep.
Breng een lichte sjaal of hoofddoek mee om na de ingreep om te doen. Draag liever loszittende kledij en bij voorkeur iets wat u niet over het hoofd hoeft te trekken. Ook een zonnebril is handig om de geopereerde oogleden te verbergen. Zorg ervoor dat iemand u na de ingreep komt halen. Zelf autorijden is die dag niet toegestaan.
Voor de ingreep worden enkele medische beeldopnames gemaakt. Die worden in uw dossier bewaard om het resultaat van de ingreep te kunnen vergelijken met de situatie vooraf. De chirurg tekent op de huid van het ooglid wat zal worden weggenomen en duidt vaak ook de plaats aan waar het vet wat uitpuilt. U wordt door de verpleegster begeleid naar de operatiekamer, waar zij u zal installeren, uw gezicht zal ontsmetten en steriele doeken zal aanbrengen rond uw gezicht. De ingreep verloopt in een rustige, vriendelijke sfeer en alles wordt u stap na stap uitgelegd.
De blepharoplastie wordt in principe uitgevoerd onder plaatselijke verdoving: u krijgt eerst onderhuids een verdovingsstof ingespoten met een heel fijn naaldje, zoals bij de tandarts. U voelt een prikje en heel even een branderig gevoel, maar dat ebt bijna onmiddellijk weg. De verdoving blijft anderhalf à twee uur werkzaam. Tijdens de behandeling houdt u de ogen rustig gesloten. U voelt geen pijn, u wordt alleen de handen van de chirurg gewaar die uw gezicht aanraken.
Het doorhangen van de huid van het bovenste ooglid wordt gecorrigeerd met een bovenste blepharoplastie. Hiertoe wordt een ellips overtollige huid weggenomen, samen met een stripje kringspier die net onder de huid ligt. Als het bovenste ooglid ook wat opgezet is door uitpuiling van onderliggend vet, wordt dat overtollige vet tijdens dezelfde ingreep verwijderd. Ter afronding van de ingreep wordt de huid dichtgemaakt met een fijn onderhuids draadje. Vanaf drie à vijf dagen is de huid genezen en wordt het draadje verwijderd.
Problemen aan de onderste oogleden – doorgaans vooral een kwestie van uitpuilend vet – worden gecorrigeerd met een onderste blepharoplastie. Als vet het enige probleem is en de huid erboven mooi elastisch is, dan kan het vet vaak verwijderd worden zonder dat er in de huid gesneden hoeft te worden. De chirurg maakt dan een sneetje in het slijmvlies aan de binnenzijde van het onderste ooglid en haalt zo het vet weg. De inwendige wonde geneest vanzelf na enkele dagen. Het voordeel van deze techniek is dat er geen uitwendig litteken is.
Vaak echter is de huid van de onderste oogleden ook verslapt en uitgerokken en is het nodig om die wat aan te spannen. Dan wordt ervoor gekozen om een sneetje te maken net onder de wimpers, wat na genezing een onopvallend littekentje oplevert. Door de huid los te maken komt het vet tevoorschijn en kan het worden verwijderd. Tegelijk wordt de huid voorzichtig aangespannen.
Soms is ook de kringspier verslapt die de oogleden helpt knipperen. Dat uit zich in een sikkelvormige rimpel of plooi ongeveer ter hoogte van het jukbeen. Die kringspier kan ook aangespannen worden, waarna de wonde dichtgemaakt wordt met fijne uitwendige draadjes. Die kunnen vanaf drie à vijf dagen verwijderd worden.
Bij sommige mensen is niet alleen de huid van de oogleden verslapt, maar ook het peesje waarmee het ooglid in de oogkas ophangt. Hierdoor verliest het oog zijn jeugdige amandelvorm, het wordt 'ronder'. In uiterste gevallen gaat de onderste ooglidrand naar buiten hangen, een verschijnsel dat men 'ectropion' noemt.
Om na te gaan of dat probleem zich bij u voordoet, zal de chirurg tijdens zijn onderzoek uw onderste ooglid gedurende een paar seconden naar beneden houden, om te kijken hoe snel het na het loslaten terug op zijn plaats tegen de oogbol komt. Is dat vertraagd, dan zal hij vaak beslissen om ook een 'canthopexie' uit te voeren, d.w.z. een aanspanning van het buitenste peesje van het ooglid.
Op die manier kan vermeden worden dat het onderste ooglid na een onderste blepharoplastie neiging tot ectropion zou vertonen, naar buiten zou draaien dus. De ingreep wordt er niet door verzwaard, aangezien het gebeurt via de insneden gemaakt voor de ooglidcorrectie.
Na afwerking van de ingreep blijft u nog een uurtje onder controle van de chirurg. Een speciaal afkoelend oogmasker wordt aangebracht om de eventuele zwelling zoveel mogelijk te beperken. Net voor u naar huis vertrekt komt de chirurg controleren of er geen problemen zijn, daarna kan u naar huis gebracht worden. Zelf met de auto rijden is absoluut af te raden, omdat uw zicht onmiddellijk na de ingreep enigszins vertroebeld kan zijn.
Thuis rust u best enkele uren met het hoofd iets hoger dan de romp. Op de oogleden brengt u een schoon kompresje aan, en daarop een plastic zakje gevuld met ijsblokjes en water. Dat houdt u een tweetal uren vol. Zware inspanningen en diep vooroverbuigen zijn niet toegelaten, omdat ze door toename van de bloeddruk nabloedingen kunnen veroorzaken.
De zwelling zal de eerste dagen vrij uitgesproken zijn en is op zijn sterkst de tweede dag. Na drie à vier dagen is de meeste zwelling meestal verdwenen. Vaak is er een blauwe verkleuring van de oogleden door de onvermijdelijke bloeduitstorting. Die zal naar beneden zakken, verkleuren naar groen en geel en uiteindelijk na ongeveer een tiental dagen verdwijnen.
Eén dag na de operatie kan al gedoucht worden, maar wrijven over de oogleden is niet aan te raden. Laat u eventueel helpen bij het dagelijkse toilet of bij het wassen van het haar. Gestold bloed of korstjes kunnen met een wattenstokje en gewoon water worden weggeveegd.
Vanaf drie à vijf dagen na de ingreep worden de draadjes in het Coupure Centrum verwijderd. Vanaf nu mag u make-up gebruiken. Een gele tint in de dagcrème help de blauwe kleur te verdoezelen. Vraag eventueel advies bij uw apotheek of schoonheidsspecialiste om u te helpen bij het camoufleren. In principe kan u aan het werk van zodra de zwelling voldoende is afgenomen.
Enkele weken lang zullen uw oogleden wat stugger aanvoelen. Vanaf twee weken na de operatie mag u zelf de littekens wat masseren met de vingertoppen, zodat alles vlugger soepel wordt. Uw chirurg zal u aanwijzingen geven op welke manier u dat precies moet doen.
Terug naar Ooglidcorrectie